Welke maatregelen nam de regering tijdens de grieppandemie in 2009?

Aspect

Tijdens de grieppandemie in 2009 (veroorzaakt door het H1N1-virus, beter bekend als de Mexicaanse griep) nam de Nederlandse regering, onder leiding van toenmalig minister van Volksgezondheid Ab Klink, een reeks maatregelen. De aanpak was destijds sterk gebaseerd op het voorzorgsprincipe, omdat de initiële internationale signalen wezen op een mogelijk zeer agressief virus.

In tegenstelling tot de latere coronapandemie (2020) was er in 2009 geen sprake van een lockdown, avondklok of sluiting van scholen en horeca. De focus lag volledig op indamming via medische en hygiënische weg.

De belangrijkste maatregelen van de overheid waren:

1. Massale inkoop en inzet van vaccins

De meest ingrijpende en kostbare maatregel was de grootschalige aanschaf van vaccins. Omdat de ernst van de pandemie vooraf moeilijk in te schatten was, bestelde de minister in juni 2009 in totaal 34 miljoen vaccins (twee doses per inwoner).

  • Vanaf het najaar van 2009 werd een grootschalige vaccinatiecampagne gestart via de GGD'en en huisartsen.

  • Omdat de griep milder bleek te zijn dan gevreesd, werd de doelgroep gaandeweg aangescherpt. Uiteindelijk kregen risicogroepen (zoals chronisch zieken), zorgpersoneel, zwangere vrouwen (vanaf het tweede trimester) en kinderen van 6 maanden tot 5 jaar een uitnodiging.

2. Strategische voorraad en distributie van virusremmers

Nederland beschikte al over een strategische noodvoorraad van de virusremmer Tamiflu.

  • In de beginfase van de uitbraak kregen patiënten bij wie de Mexicaanse griep werd vastgesteld, direct deze virusremmers voorgeschreven om de verspreiding te vertragen.

  • Ook mensen in de directe omgeving van een besmet persoon kregen het middel preventief aangeboden.

3. Tijdelijke meldingsplicht en isolatie

Bij de start van de uitbraak gold er een meldingsplicht (B-status) voor artsen en laboratoria.

  • Zodra er een besmetting werd geconstateerd, startte de GGD een bron- en contactonderzoek.

  • Patiënten werden in thuisisolatie geplaatst om verdere verspreiding in de kiem te smoren. Toen het virus in de zomer van 2009 eenmaal wijdverspreid was binnen Nederland, werd deze strikte indammingsstrategie losgelaten en veranderde de meldingsplicht.

4. Intensieve voorlichtingscampagnes (Hygiëne)

De overheid startte landelijke publiekscampagnes via de media waarin de nadruk volledig lag op persoonlijke hygiëne. De belangrijkste adviezen waren:

  • Regelmatig en grondig de handen wassen met water en zeep.

  • Niezen en hoesten in de binnenkant van de elleboog (in plaats van in de hand).

  • Het gebruik van papieren zakdoekjes die direct na gebruik moesten worden weggegooid.

5. Opschalen van de crisisstructuur

Binnen het RIVM werd direct het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) geactiveerd. Het Outbreak Management Team (OMT) kwam regelmatig bijeen om de minister te adviseren over het verloop van de pandemie, waarna de bestuurlijke besluitvorming werd afgestemd met de GGD'en en de zorgsector om ziekenhuizen voor te bereiden op een mogelijke overbelasting.

Achteraf gezien: Achteraf bleek het H1N1-virus in de praktijk milder te verlopen dan de reguliere seizoensgriep en bleef een grote overbelasting van de zorg uit. Dit leidde achteraf tot een maatschappelijk en politiek debat over de hoge kosten van de overtollige ingekochte vaccins en de effectiviteit van het gehanteerde voorzorgsprincipe.

Documenten

Terug & verder bladeren:

 

tinyurl: link
views: 4

Voorstellen

Achtergrond

Gerelateerd nieuws